Het landschap van Zeeland is jong, de ontwikkeling van de zichtbare kenmerken gaat hooguit terug tot de Middeleeuwen. Toen was Zeeland een eilandenrijk dat zich herstelde van de overstromingen die het gevolg waren van de stijgende zeespiegel. De duinen hadden stand gehouden in een dynamisch proces van aangroei en afslag.
Het Zeeuwse landschap toont een geschiedenis van bedijkingen en inbraken over een periode van zeker 800 jaar. Zeer afwisselend is het polderland. Nu eens zijn het kleine poldertjes, omgeven door dijken met soms meerdere boomrijen, dan weer kijken we over eindeloos akkerland. Er zijn vele details die de aandacht vragen, zoals de oude kreekresten en doorbraakwielen.
Buiten de zeedijken ligt het grote water van de zeegaten, met steeds weer zicht op bedijkt land aan de overkant.
Die vruchtbare polders en dat grote open water kenmerken Zeeland als een groenblauwe oase.
Dat wat eigen is aan het Zeeuwse landschap kent al langere tijd zijn bedreigingen. Na de Tweede Wereldoorlog en de Ramp van 1953 waren dat de ruilverkavelingen. Er was een ontwikkeling naar grotere percelen, waarbij kleine landschapselementen als poelen en bosjes verdwenen.
De veiligheid werd bevorderd in het kader van het Deltaplan. Het karakter van de zeearmen veranderde aanzienlijk door de afdammingen en dijkverhogingen.
Andere grootschalige ontwikkelingen als stads/dorpsuitbreiding, industrialisatie, infrastructuur en recreatie maakten Zeeland voller en bedreigden de identiteit.
Hoewel de aandacht voor het landschap al van oudere datum is, nam die in de jaren zeventig van de vorige eeuw belangrijk toe. Dat heeft het landschap op vele punten voor erger behoed. De tijd staat echter niet stil en er dienen zich steeds weer nieuwe storende activiteiten aan. De invasie van Brabantse varkensbedrijven kon deels gekeerd worden en de uitbreiding van bungalowterreinen werd aan banden gelegd. Veel discussie levert nu nog de aanleg van windturbineparken. Het beleid is gericht op concentratie, dus op vestiging van slechts een paar grote parken.
Omdat de Zeeuwen toch ook moeten wonen en werken kent de groenblauwe oase wat rode uitsluitingen. Industrie- en stadsontwikkeling krijgt de ruimte in de Zeeuws-Vlaamse kanaalzone en havengebied Vlissingen-Oost en omgeving.
De Provincie kent het tweesporenbeleid groenblauw en rood. Bestuurlijk gezien is dat een grote uitdaging. Zeker op lange termijn.