Flora
Velen zullen bij het begrip 'flora' denken aan een bekende bloemententoonstelling in Noord-Holland. In biologische kring wordt de flora gezien als de opgestelde lijst van wilde plantensoorten in een bepaald gebied. We spreken dus van de flora van Nederland of die van Zeeland. Het gaat dan om planten die zich spontaan, dus op natuurlijke wijze, gevestigd hebben. Soms worden verwilderde cultuurplanten en niet inheemse soorten ook tot de flora gerekend, zeker als die verwildering in de vrije natuur al wat langer gaande is.
De flora van Zeeland is onder andere te vinden in onze tuinen, straten en cultuurgronden. We hebben het dan over 'onkruid' of 'vuulte'. In natuurterreinen wordt de begroeiing eerbiedig gekoesterd als de 'wilde flora'. De flora is een uiting van de omstandigheden op de groeiplek. Zo hoort Melde in de moestuin, Heide hoort op schrale zandgrond en Schorrekruid op het zoute schor. De verschillende Zeeuwse milieu's hebben alle hun eigen plantengroei. De flora van onze provincie is uniek, maar dat geldt ook voor die van de andere provincies.
Zeeland heeft de flora van de groen-blauwe oase. De kenmerkende soorten hebben wat met de kust en met het milde zeeklimaat. We delen deze planten alleen met de andere kustprovincies. Daarnaast maakt de ligging in het uiterste zuidwesten van het land dat we warmteliefhebbers onder de planten hebben. Dat geeft soms overeenkomsten met de flora van Zuid-Limburg of het Vlaamse kustgebied.
Parels van de flora zijn te vinden in de droge en natte duingebieden. De natte delen zijn bijvoorbeeld rijk aan orchideeën. De flora van schor en slik is eveneens van belang. Er zijn daar veel bedreigde soorten door areaalverlies. Steeds meer schor en slik verandert in permanent overspoelde grond door afslag.
Dan zijn er tenslotte nog de paradepaardjes van de bloemdijken. Op de zuidhellingen van de dijken staat een bijzondere flora met overwegend warmteminnende soorten. Deze bloemrijke begroeiingen zijn elders in Nederland alleen te vinden op dijkhellingen langs de grote rivieren en in Zuid-Limburg.
In het cultuurland zijn de planten van de zoute weilanden nog te noemen. Vaak zijn die gronden al geclaimd door de natuurbescherming. De karakteristieke soortenrijke akkerflora is helaas verdwenen. Er worden door de natuurbeschermers nu pogingen gedaan om de akkerflora nieuw leven in te blazen.
De bescherming van de flora is vanouds meegenomen bij het beheer van natuurterreinen. De laatste decennia is duidelijk geworden dat de voorheen gangbare soorten van het agrarische gebied ook bescherming behoeven. De 'middengroep' tussen vuulte en wilde flora legt anders het loodje. De overheden nemen dit al voortvarend op. We zien de eenzijdig groene grasbermen van wegen dan ook steeds bloemrijker worden. Zo ook is er een begin gemaakt met natuurvriendelijk oeverbeheer bij watergangen.
|