Fauna
Onder de fauna van Zeeland verstaan we de verzameling wilde beesten die in onze provincie vertoeven. In feite is een fauna van een gebied de droge opsomming van de aldaar voorkomende diersoorten. De realiteit is dat dieren stuk voor stuk hun eigen plek hebben gevonden in de bebouwde kom en het buitengebied. Huisdieren en vee worden niet tot de fauna van Zeeland gerekend, ook niet als ze ontsnapt zijn en vrij in de natuur rondlopen. Het wordt anders als die ontsnapte dieren zich kunnen redden en voor nakomelingen zorgen. Na verloop van tijd worden de succesvolle soorten dan toch tot de wilde fauna gerekend.
Dieren zijn beweeglijk en het is mogelijk dat ze niet altijd al hun activiteiten binnen de provinciegrens hebben. De situatie elders is dan ook van invloed op 'onze' dieren met een trekgedrag. Een fauna kan er soorten bij krijgen doordat populaties in aangrenzende gebieden hun areaal uitbreiden. In de huidige periode van klimaatsverandering komen er bijvoorbeeld steeds meer soorten uit zuidelijke streken in onze provincie.
Wie aan de Zeeuwse fauna denkt, noemt al gauw de grote vogelrijkdom in en langs de grote wateren. Daar ligt een duidelijk zwaartepunt. Het open water en de tweemaal dagelijks droogvallende buitendijkse gronden bieden ruim voedsel aan deze dieren. Dat voedsel moet vaak gedeeld worden met vissers, hetgeen de nodige discussie geeft. Onze zorg voor de kustvogels is groot. Het verlies aan broedgebied buitendijks wordt actief gecompenseerd door inrichting van terreinen binnendijks.
In het zeemilieu is de Zeehond als vaste bewoner teruggekeerd. De verbeterde waterkwaliteit van de Noordzee blijkt deze dieren goed te doen. De Zeeuwse exemplaren zijn deel van de Noordzee-populatie, wat inhoudt dat de dieren een veel groter leefgebied hebben dan de beide Scheldes.
De binnendijkse fauna kent een paar soorten of groepen die veel aandacht krijgen. Vanuit het landelijke beschermingsbeleid zijn dat bijvoorbeeld de soorten: Patrijs, Kerkuil en Noordse woelmuis, en de soortgroepen dagvlinders, vleermuizen, amfibieën/reptielen, sprinkhanen/krekels en libellen. Steeds is er een verhaal bij die dieren over teruggang door biotoopverlies: het verdwijnen van het leefmilieu. Alles is er op gericht dat leefmilieu weer terug te brengen. Denk maar aan de poelen voor kikkers en de ingerichte bunkers voor vleermuizen.
Net als de vuulte onder de flora, zijn er ook lastige beesten onder de fauna. Bepaalde soorten leveren belangrijke schade. De bestrijding van de soorten is vastgelegd in de provinciale Nota Faunabeleid. Daarbij is uitgegaan van maatregelen die geen schadelijke of nadelige gevolgen voor de betreffende diersoorten hebben. De uitvoering van het beleid geschiedt grotendeels door jagers die nu georganiseerd zijn in een faunabeheereenheid. De jachtpraktijk is (ook) in Zeeland niet zonder discussie als het gaat om de uitvoeringswijze en de bejaagde soorten.
|