Biodiversiteit
Het begrip biodiversiteit betreft de verscheidenheid in de natuur, ofwel de daar aanwezige verzameling planten en dieren. De biodiversiteit kreeg mondiaal aandacht toen in 1992 in Rio de Janeiro het 'Verdrag inzake Biologische Diversiteit' werd gesloten. Daarbij bleek het begrip echter meer te omvatten dan een lijst van dieren en planten. Het ging om het beschermen van de biologische totaliteit. Zonder in vaagheden te belanden weten we dat de natuur meer is dan die dorre opsomming van levende wezens. De invloed die levende wezens op elkaar hebben is daar een voorbeeld van. Planten en dieren vormen met elkaar complexe levensgemeenschappen.
Populaties van levende wezens behouden hun kwaliteit als ze voldoende omvang hebben en er een mogelijkheid is tot uitwisseling met naburige populaties van de zelfde soort.
De grote genetische variatie is een kwaliteit die populaties minder kwetsbaar maakt voor ongunstige invloeden. Er zijn dan altijd wel individuen die klappen kunnen incasseren, terwijl de rest het loodje legt. Daarin ligt, zoals bekend, de kern van het evolutieproces.
Een populatie met een grote verspreiding heeft ook meer buffer. Een catastrophe neemt dan slechts een hap uit de populatie, waarna herstel vanuit het resterende deel spoedig optreedt.
De dynamiek die de mens teweeg brengt leidt nu tot een aaneenschakeling van kleine tot grote catastrophes in de natuur. Daardoor gaat de rek er bij de kwetsbare populaties uit en verdwijnen die soorten tenslotte. Het grote uitsterven is gaande in een tempo dat zich niet eerder heeft voorgedaan. Jacht en visserij zijn in het oog lopende oorzaken van die achteruitgang. Zo zijn Oeros, Lynx en Otter heengegaan en komen we de uitgestrekte wilde oesterbanken nog slechts in oude verhalen tegen. Het verdwijnen gaat ook sluipenderwijs, maar grondig, door milieuproblemen. Die worden aangeduid met termen als verdroging, vermesting en verzuring. Een groot probleem schuilt verder in de verkleining van het leefmilieu van plant en dier: versnippering. Populaties raken geïsoleerd van elkaar door de moderne inrichting van het landbouwareaal en door onverminderde uitbreiding van stedelijke bebouwing en infrastructuur.
De ecologische infrastructuur, het netwerk van reservaten en verbindingswegen voor plant en dier, had tot begin jaren negentig van de vorige eeuw weinig aandacht. De natuur kwijnde weg in geïsoleerde terreinen, aangeduid als bloempottennatuur.
Sinds de introductie van het nationale 'Natuurbeleidsplan' in 1990 zijn we in brede kring doordrongen van de ernst van de teruglopende biodiversiteit en de noodzaak tot het nemen van maatregelen. Eén van de hoofdlijnen in het beleidsplan is de realisatie van de 'ecologische hoofdstructuur' (EHS). Dit maakte de weg vrij voor het creëren van grote oppervlakten natuur en ecologische verbindingszones. De ecologische hoofdstructuur moest volgens het regeringsbesluit in 2018 gerealiseerd zijn. Dit beleid is in de nieuwe plannen gehandhaafd.
|