Ontwikkelingssamenwerking
Ontwikkelingssamenwerking is in Nederland een halve eeuw oud. Een belangrijke kiem is gelegd bij de Watersnood in 1953. De massale hulpstroom die toen uit het buitenland op gang kwam zette een aantal mensen aan het denken. Was het niet vreemd dat Nederland zoveel steun uit het buitenland kreeg terwijl er zo weinig aandacht was voor de ellende van miljoenen mensen elders die geen huis en geen voedsel hadden?
Dit bewustzijn heeft geleid het opzetten van de eerste particuliere ‘hulp’ organisaties als de Novib. Inmiddels zijn er honderden nationale, internationale en lokale ontwikkelingsorganisaties. Ontwikkelingssamenwerking is diepgeworteld in de Nederlandse samenleving. Bijna elk gezin is wel lid of donateur van één van de bekende ontwikkelingsorganisaties als Terre des Hommes, Unicef, Plan Nederland etc..Velen zijn in de vrije tijd actief binnen de WereldWinkels of werven fondsen voor andere organisaties of zelf in het leven geroepen stichtingen.
Ontwikkelingssamenwerking is sinds de jaren 60 ook een taak van de overheid.
Momenteel besteden we 0,8 procent van het BNP (zo’n 4 miljard euro) aan ontwikkelingssamenwerking en hebben we er een aparte minister voor. In internationaal opzicht behoort Nederland op dit terrein al vele jaren tot de koplopers.
Een deel van de overheidsmiddelen wordt besteed via internationale organisaties in VN verband (zoals UNDP, FAO, Unicef, WHO, Wereldbank) of in EU verband.
Het Nederlandse beleid werd lange tijd gekenmerkt door een versnippering over een groot aantal landen en groot aantal aandachtsvelden. Om de doelmatigheid te vergroten is hier de afgelopen jaren in gesnoeid. Armoedebestrijding in de armste ontwikkelingslanden is een speerpunt.
Ontwikkelingssamenwerking via de overheid is in 50 jaar sterk van karakter veranderd. Het uitzenden van ontwikkelingswerkers met een pot geld voor het opzetten van projecten is vervangen door programmaondersteuning waarbij ontwikkelingslanden ondersteund worden om hun eigen beleid op het terrein van bv onderwijs of gezondheidszorg in te vullen.
Duurzame ontwikkeling is een andere speerpunt. Er is een duidelijke relatie tussen armoede een de aantasting van het milieu. Het beheer van landbouwgronden, watervoorraden en bossen wordt steeds belangrijker, omdat anders de basis onder het bestaan wegvalt.
Particuliere hulporganisaties zijn over het algemeen gericht op een kleinschaliger niveau waarbij er niet zelden sprake is van een directe band tussen mensen en organisaties hier en daar. Dat verstrekt de betrokkenheid over en weer. Op het lokale niveau kan de steun van hulporganisaties een groot verschil uitmaken voor dagelijks leven van mensen in ontwikkelingslanden.
Ondanks alle inspanningen is bijna de helft van de wereldbevolking arm. 2,8 miljard mensen moeten rondkomen met minder dan 2 dollar per dag. De vraag of ontwikkelingssamenwerking wel zin heeft als er niets verandert in onredelijke handelsrelaties, vormen van georganiseerde uitbuiting en slecht functionerende overheden ter plaatse, blijft voortdurend actueel.
In Zeeland zijn tientallen organisaties actief op het terrein van ontwikkelingssamenwerking. (zie menu organisaties). In veel gevallen gaat het om afdelingen van landelijke of internationale organisaties. Een aantal organisaties is het initiatief van inwoners uit Zeeland zelf. Het centrum voor internationale samenwerking COS-Zeeland is de enige organisatie met beroepskrachten in dienst. Het COS richt zich onder meer op voorlichting, bewustwording en advisering om de betrokkenheid van de Zeeuwse bevolking bij alle activiteiten op het terrein van ontwikkelingssamenwerking in stand te houden en te versterken.
|