Wonen en Werken Wonen en werken in Zeeland
Op 16 oktober 1996 werd het 'Zeeuws Convenant Duurzaam Bouwen' afgesloten. Overheden, ontwerpers en bouwers in de provincie Zeeland spraken hierin af dat het opstellen van plannen en het ontwerpen en bouwen van woningen voortaan op een duurzame manier zou gebeuren.
Bij de evaluatie van het convenant bleek echter dat een deel van de ondertekenaars de uitgangspunten niet op de gewenste manier hanteerden. Daarom is in 2002 een nieuw convenant opgesteld, dat ten opzichte van het convenant van 1996 is uitgebreid met maatregelen die ook onder het kopje duurzaam geschaard kunnen worden: toegankelijkheid, veiligheid, aanpasbaarheid. Het nieuwe convenant heet 'Zeeuws Convenant Integrale Woningkwaliteit'.
In het convenant spreken de deelnemers af dat ze zoveel mogelijk rekening zullen houden met milieuaspecten. Deze milieuaspecten staan vermeld in het zogenaamde 'Nationale Pakket'. Hierin zijn zesenveertig milieumaatregelen opgenomen, waarvan elf zogenaamde vaste maatregelen. De deelnemers aan het convenant komen overeen dat deze elf maatregelen in het bouwproces worden meegenomen. Iedereen krijgt dus in principe met het convenant te maken bij het eerste contact met de architect, de aannemer of de gemeente. De gemeente vraagt bij het kopen van grond of bij het aanvragen van de bouwvergunning door de verzoeker om aan te geven welke milieumaatregelen worden genomen. Zij toetst dit aan het 'Convenant Duurzaam Bouwen'. Het eerste toetsmoment is bij de welstandsbeoordeling van het plan.
De Zeeuwse Milieufederatie was voorzitter van de werkgroep. De ZMF concludeerde echter in 2003 dat ook van de uitvoering van dit nieuwe convenant weer weinig terecht kwam. Het aantal ondertekenaars is laag, zowel bij de gemeentes als onder de aannemers en projectontwikkelaars. De ZMF heeft daarom in 2003 haar voorzitterschap neergelegd. Anno 2006 hebben nog steeds slechts twee gemeentes ondertekend: Goes en Schouwen-Duiveland.
|