Sociale Verschillen Sociale verschillen op school
Goed onderwijs biedt mensen uit lagere inkomsgroepen in principe de kans hun levensstandaard te verbeteren. Daarnaast spelen scholen een belangrijke rol bij de integratie van nieuwe bevolkinsggroepen. Dat geldt niet alleen voor kinderen, maar ook voor volwassenen.
Toch is de praktijk vaak weerbarstig. De sociale afkomst blijft zeer bepalend voor de schoolcarriere van een kind. Kinderen uit de lagere sociale klassen bereiken een lager opleidingsniveau en verlaten vaker de school vroegtijdig zonder diploma, dan kinderen uit meer welgestelde gezinnen. Dit fenomeen is zeer duidelijk als de schoolprestaties van een kind worden vergeleken met het opleidingsniveau van de ouders: In Nederland heeft een kind van hoogopgeleide ouders een kans van bijna driekwart op het halen van een havo-diploma, terwijl een kind van ouders met alleen lagere school slechts een kans van een derde op dit diploma heeft.
Nederland kent vrijheid van onderwijs en schoolkeuze. Protestanten, katholieken, islamieten en vrije burgers mogen in elke gemeenschap zelf een school met eigen grondslag en traditie oprichten en iedereen mag zijn kind sturen naar de school van zijn keuze. Een van de effecten hiervan is dat er een tweedeling lijkt te ontstaan tussen scholen met een oververtegenwoordiging van kinderen uit de 'lagere' sociale klassen -vooral allochtonen- en kinderen van meer welgestelde en hogeropgeleide ouders. De kans is daardoor ook groot dat de eerste categorie scholen ook steeds meer met probleemgevallen wordt opgezadeld en hun beste leraren zien vertrekken. Deze groeiende tweedeling in het onderwijs is momenteel een heet hangijzer in de politiek.
|