Natuurlijke Hulpbronnen
De tijd dat mensen leefden van wat hun eigen omgeving te bieden had is al eeuwen voorbij. Tegenwoordig lijken er helemaal geen grenzen meer te zijn - vanuit de hele wereld worden grondstoffen naar het westen gehaald en gebruikt om de producten te maken die wij consumeren.
Ook de grote Zeeuwse bedrijven halen hun grondstoffen van ver. Zo haalt de kerncentrale Borssele zijn uranium uit Australië en Canada, de aluinaarde die bij Pechiney wordt verwerkt tot aluminium komt uit Jamaica, en de cokes die door ook bij nodig is komt o.a. uit Wit Rusland, Polen en Amerika. Thermphos verwerkt fosfaaterts uit Noord Afrika, het Midden Oosten en uit Rusland.
Niet-hernieuwbare grondstoffen raken op. Weliswaar niet binnen 25 jaar of een ander afzienbare termijn, zoals de club van Rome begin jaren 70 voorspelde, maar onze nakomelingen kunnen het nog meemaken. Een nadeel wat nu allang speelt, is dat het delven gepaard gaat met een grote afvalproductie, veel energie kost en veel ruimte in beslag neemt. Omdat de makkelijk bereikbare voorraden uitgeput raken zijn de gevolgen steeds ingrijpender. Dit geldt vooral voor metalen . Inmiddels staat er b.v. tegenover 0,1 procent koper maar liefst 99,9 procent afval. Zo worden er op Irian Jaya hele bergen vermalen voor de koperwinning: ze verdwijnen als gruis de rivier in. Het stof en de chemicaliën die gebruikt worden om het koper te scheiden zijn een zware belasting voor drinkwatervoorzieningen en visvoorraden van de lokale bevolking en zijn een aanslag op flora en fauna.
Ook in Nederland heeft de schaarste gevolgen: door de scherpe stijging van de koperprijs in 2006 zijn bliksemafleiders en koperen tuinbeelden erg in trek bij dieven.
Voor vele andere grondstoffen zijn soortgelijke verhalen te vertellen. Voor goud komt daar op het ogenblik een ander verhaal bij: in Colombia wordt het 'groene' goud gedolven, bewerkt en verkocht op zo'n manier dat er én geen gif gebruikt wordt bij de winning, en dat de opbrengst ten goede komt aan de lokale bevolking.
Leidt het winnen van delfstoffen vaak tot grote aantasting van de leefomgeving, hetzelfde geldt voor hout, met name in de Derde Wereld. Bij zorgvuldige bosbouw kan er tot in lengte van jaren hout worden geoogst, maar vaak wordt er roofbouw gepleegd. Daardoor is er van de tropische en niet tropische oerbossen op het ogenblik nog maar ruim de helft over. De jaarlijkse kap bedraagt ongeveer 0,32% van het totale areaal, maar het netto verlies aan bos wordt langzamerhand kleiner doordat er vaker voor veravnging wordt gezorgd.
Na de kap erodeert zeker in heuvel- en bergachtige streken de grond, voeren de rivieren tonnen grond af en blijven er voornamelijk kale rotsen over. Een betere praktijk is die van bosbouw volgens FSC-voorschriften, waardoor het landschap gespaard blijft en de lokale bevolking profijt heeft van deze bedrijvigheid. In Nederland was in 2005 11% van het verhandelde hout van FSC-kwaliteit.
Veel al dan niet hernieuwbare grondstoffen bevinden zich in Derde Wereldlanden, maar ze worden vooral gebruikt in het Westen. Als er goede prijzen voor die grondstoffen zouden worden betaald, en als dat geld bij de hele bevolking terecht zou komen, zouden die landen er baat bij kunnen hebben. Maar juist in sommige landen met veel bodemschatten (Angola, Liberia) woed(d)en burgeroorlogen die worden gefinancierd met geld van de diamanten, het goud of andere begeerlijke grondstoffen. Ook het feit dat bewerking van de grondstoffen voornamelijk in het Westen plaatsvindt, draagt bij aan het geringe profijt, dat de oorspronkelijke ‘bezitters’ ervan hebben.
De grondstoffen reizen vaak vele (duizenden) kilometers voor ze op de plaats van bestemming komen. Aardig is in dit verband het begrip ‘voedselkilometers’, wat met name bij een wintermaaltijd met zomerse ingrediënten laat zien welke afstanden er worden afgelegd, en hoeveel energie daar voor nodig is.
Op de (hele) lange termijn zullen in ieder geval de niet-hernieuwbare grondstoffen, voor zover ze niet vervangen kunnen worden door iets anders, gerecycled moeten worden. Het zou goed zijn als de industrie zich daar nu al op toe gaat leggen. Dat scheelt dan heel wat milieubederf op de plaats van herkomst,en alle energie die nodig is voor winning en transport. Glas en oud papier zijn de schoolvoorbeelden van recycling, maar deze praktijk vindt op steeds meer plaatsen ingang. Het Zeeuwse bedrijf Thermphos heeft een begin gemaakt met het winnen van grondstoffen uit recycling, en wil op termijn liefst op die manier in haar hele behoefte voorzien.
Vanuit Zeeland Seaports is het Reststoffenproject opgezet, waarvan het Reststoffenregister (www.reststoffenregister.nl) deel uitmaakte. Het was de bedoeling dat via dit register binnen en buiten Zeeland afval zou worden omgezet tot grondstof. In de praktijk bleek dit vooralsnog op teveel problemen te stuiten.
Met de Mondiale Voetafdruk is het totaal aan hulpbronnen omgerekend in oppervlakte. Daaruit blijkt dat er op het ogenblik per wereldburger 1,7 hectare beschikbaar is. Met het groeien van de wereldbevolking en het onvruchtbaar/onbruikbaar worden van een deel van de grond wordt deze oppervlakte hooguit kleiner. Een gemiddelde Nederlander heeft een ‘voetafdruk’ van 4,7 hectare, en scoort daarmee ruim boven zijn ‘eerlijke aarde aandeel'.
In het in 2005 verschenen Milennium Ecosystem Assesment (het tot nu toe grootste milieuonderzoek) blijkt dat de mensheid het milieu de afgelopen vijftig jaar in hoger tempo heeft beschadigd dan ooit tevoren. Dit komt voornamelijk door de snel groeiende vraag naar voedsel, vers water, hout en brandstof. |